Readings


Testimonials Books / CDs Site Map Newsletter Events Readings Response Fundamentals Search Questions Contacts Home

SEND THIS PAGE TO A FRIEND
Printer Friendly Version
BOOKMARK THIS PAGE

 

De Religieuze Ambivalentie van het Westent

3 November, 1977



Avatar Adi Da SamrajADI DA SAMRAJ:
In het religieuze bewustzijn van de westerse mens ligt iets heel negatiefs besloten. Om als westerling religieus te worden, schijn je je te moeten afvragen: "Bestaat er een God?". Dat is echter een volkomen absurde vraag. Ze heeft absoluut niets te maken met een Spiritueel leven. Die vraag gaat over mensen, niet over God. "Bestaat er een God?" is een vraag die blijk geeft van een gemoedstoestand van mensen waarvoor ze verantwoordelijkheid moeten leren dragen. De vraag op zich hoeft helemaal niet beantwoord te worden.

Het religieuze bewustzijn van de westerse mens is ambivalent. Enerzijds zijn westerlingen heel werelds en sterk als de godsdienst werelds-zijn toestaat en anderzijds, als het gaat om subjectieve of psychische verantwoordelijkheid, aarzelen ze, zijn ze zwak en weten ze zich altijd bedreigd.

Het westerse bewustzijn onderneemt voortdurend pogingen om al wat op een overweldigende manier negatief is om te buigen tot iets positiefs. Negatief is wat machtig is. De mensen in het Westen stellen continu alles in het werk om het negatieve de baas te worden — met positieve gevoelens, met geloofsovertuigingen, met moeite, met antwoorden, met kennis. Het negatieve patroon of dat wat bekend staat als ‘karma’ bepaalt in feite hun leven. Dus blijven westerlingen op een typische manier zwak, geobsedeerd door een niet nader onderzochte negatieve kracht die hun gedrag en hun denken bij voortduring benvloedt. Ze stellen aanhoudend pogingen in het werk om dat negatieve te overwinnen, hetzij op eigen kracht, hetzij in samenwerking met de Eetbare Godheid — de Redder van buitenaf of de God wiens macht ze vrijelijk kunnen consumeren. Vandaar, dat geloof en vertrouwen door westerlingen worden gedegradeerd tot middelen om het negatieve te overwinnen.

In de westerse religieuze doctrines (en de leringen uit het Midden-Oosten, waaruit ze zijn voortgekomen) wordt de negatieve kracht die het individu onder de oppervlakkige geest dreigt te verpletteren geïnterpreteerd als zonde, een geneigdheid die je moet overwinnen door je te verbinden met iets dat groter is dan jijzelf — de Eetbare Godheid, de Redder, de ware God, de ware religie, het ware geloof. Vanuit het vermoeden dat hij of zij zich in een negatieve positie bevindt, richt de westerse man of vrouw zich op iets positiefs en wordt erdoor gered. Zo iemand blijft echter nog steeds zondig, is altijd geneigd in zonde terug te vallen.

Het fundamentele geloofspunt van de religies uit het Midden-Oosten — de Joodse, de Christelijke dan wel de Islamitische — is dat onze wereld en al wat ze omvat, de mensheid inbegrepen, door God is geschapen en dat de mens Gods belangrijkste schepping is, het evenbeeld van de Godheid, zij het in geen enkel opzicht Diens gelijke. De negatieve visie op dit leven en de wereld is, vanuit dat standpunt, op zich een vorm van zonde. Het is een zonde, te geloven dat onze wereld niet goddelijk is of dat het Goddelijke niet de uiteindelijke bestemming van de wereld is of dat de wereld niet door het Goddelijke wordt bestuurd. Daarom gaat het Westen ervan uit dat, indien de wereld door het Goddelijke wordt bestuurd, haar bestemming in alle opzichten, ongeacht haar huidige toestand, positief is en dat het op zich zondig is de wereld negatief te bekijken.

Het klassiek-oosterse standpunt houdt niet vast aan het principe dat de wereld Gods schepping is en dat God derhalve haar bestemming vormt. Het principe dat in het Oosten wordt gehanteerd, overstijgt de verschijnselen, sluit de verschijnselen zelfs uit en gaat er geheel aan vooraf. De oosterse geest staat kritisch tegenover de wereld zelf, niet alleen tegenover wat concreet is in de wereld. De oosterse geest beschouwt de wereld niet als de schepping van God, maar als een illusie. Wie de wereld positief bekijkt — op zich noodzakelijk, op zich de zin van het bestaan — in plaats van de wereld te overstijgen, laat zich dan ook meeslepen door een illusie, een bedrieglijk gezichtspunt. Dat is zonde, vanuit de oosterse optiek.

In het Westen zijn de mensen van nature geneigd zich op de wereld zelf te richten. Je hoort je in de wereld te bewegen met een positieve instelling, strijdend tegen de zonde, de negatieve kracht. In het Oosten zijn de mensen van nature geneigd deze wereld te overstijgen.

Vanuit het westerse religieuze standpunt bezien, ontleen je kracht aan je verbintenis met de Eetbare Godheid, de Redder. De Redder verschaft de Geest. Via de magie van je verbintenis met deze Redder verwerf je de Spirituele kracht om, elk moment weer, je eigen zondigheid en negativiteit de baas te worden, zodat je kunt deelnemen aan dit grote scheppingsplan. Het oosterse standpunt heeft totaal niets van doen met zo’n idee (hoewel er ongetwijfeld westerse en uit het Midden-Oosten afkomstige denkbeelden de oosterse cultuur zijn binnengeslopen, waardoor in de hedendaagse, wat modernere culturen en tradities van het Oosten het westerse uitgangspunt in meer of mindere mate tot uitdrukking komt).

Als de leerling in het Oosten zich tot een traditionele Spirituele Meester wendde, was dat geen poging om een betere manier van leven te ontdekken — hij of zij was op zoek naar een manier om bevrijd te worden van de wereld. De mensen die naar Jezus of naar Mohammed of naar Mozes toe gingen, vroegen echter niet hoe ze van de wereld konden worden bevrijd. Die vraag stelden ze niet. Ze wilden zeker weten dat God bestaat en dat degene met wie ze spraken een echte Boodschapper van God was. Vervolgens wilden ze weten wat ze moesten doen om Gods Zegeningen te ervaren, in dit bestaan goede betrekkingen te onderhouden met God en een door God Gezegende toekomst te verwerven. Dat was hun vraag. In het Oosten daarentegen stelden ze die vraag niet. Als ze op zoek gingen naar een Meester, wilden ze weten hoe ze hier in vredesnaam vandaan konden komen en hoe ze een einde aan al die ellende konden maken!

Om een voorbeeld te noemen: Gautama, de Boeddha, groeide op als een Indiase prins, met alle voordelen van een beschermd koninklijk bestaan, het meest weelderige leven dat in zijn tijd mogelijk was. Als betrekkelijk jonge man werd hij eens meegenomen op een tocht door de straten, waar hij werd geconfronteerd met het dagelijks leven van de gewone mensen, die ziek waren en oud, die in de gebruikelijke, maatschappelijke, slopende ellende verkeerden. Hij zag ze niet als zondaars die boete moesten doen omdat ze zich hadden afgewend van God en die zich positiever zouden moeten opstellen tegenover God om het beter te krijgen en zich beter te voelen. Hij zag ze niet als scheppingen van de Godheid, als zijn broeders en zusters, onderworpen aan die Ene God. Nee — hij was stomverbaasd over wat hij zag en hij was er tot in het diepst van zijn wezen van overtuigd dat dit geen situatie is waarin je moet blijven doorgaan, dat het aardse bestaan niet is bedoeld om te overleven, je omstandigheden te verbeteren en, onderworpen aan God, een positief deugdzaam karakter of zelfs, onderworpen aan God, een leven van materieel succes te verwerven. Hij was ervan overtuigd dat het daar niet om gaat. Zoals Gautama het zag, gaat het er in het leven om, door meditatie, door inzicht, door loutering en door het loslaten van begeerten, een manier te vinden om volledig aan deze bestaanstoestand te ontsnappen.

Die instelling, waarvan Gautama een van de vertegenwoordigers was, die zoektocht naar bevrijding, is kenmerkend voor de klassieke tradities in vrijwel het gehele Oosten. Wie in het Oosten een Leraar zoekt of geïnteresseerd raakt in een Spirituele Leer, is uit op bevrijding. In het Oosten gaan Spirituele leerstellingen over het algemeen samen met de een of andere ascetische neiging, het naar binnen richten van de aandacht, het overstijgen van deze wereld. Naar binnen keren en overstijgen zijn de basisprincipes in het Oosten, net zoals men in de westerse religie het basisprincipe huldigt dat onze wereld positief moet worden geïnterpreteerd als Gods schepping en dat het bestaansprobleem dus een moreel probleem is.

De westerse religie is afkomstig uit het Midden-Oosten, dat de scheidslijn vormt tussen de westerse of rechtszijdige benadering van het leven en de oosterse of linkszijdige levensbeschouwing.Hoewel het Westen erfgenaam is van de religie van het Midden-Oosten, heeft het pad van de rechterlichaamskant eigenlijk helemaal niets met religie van doen. De westerse ontwikkeling betreft het leven in de wereld, waar de condities van het aardse bestaan in wezen worden beschouwd als alleen maar te zijn wat ze schijnen te zijn — de condities van het aardse bestaan. Het aardse bestaan is het spel waarin je moet overleven en vechten, waarmee je rekening moet houden en dat tot uitdrukking moet komen in je filosofie. Het Midden-Oosten heeft nog steeds iets dat moet doorgaan voor een Religieus of Spiritueel aura, maar toen de geldende principes eenmaal gestalte kregen als westerse geschiedenis, als de rechtszijdige geschiedenis van de mensheid, deden ze zich niet voor in de vorm van religie. Ze zijn verschenen in de vorm van onze moderne, technologische, wetenschappelijke maatschappij en die is eigenlijk a-Religieus, niet-godsdienstig, a-Spiritueel, meestentijds anti-Religieus en anti-Spiritueel. Dus is de westerse cultuur voornamelijk gericht op aardse omstandigheden en verplichtingen.

Westerlingen zien zich bij voortduring geplaatst voor de negatieve kracht van hun eigen bedenksels, terwijl ze proberen een louter menselijk, maatschappelijk, aards leven te leiden door zich omhoog te werken, te slagen en te overleven. De religie van het Midden-Oosten heeft de rechtszijdige man of vrouw in het Westen psychologische steun verschaft. Naarmate de westerlingen echter in de loop van de tijd verder verwikkeld raakten in de verplichtingen die samenhangen met het aardse bestaan, in het overlevingsproces en het omgaan met het fysische universum, en naarmate de mensen intellectualistischer werden in hun weten, viel het hun steeds moeilijker, een rechtvaardiging te vinden voor de naïeve veronderstellingen waarop deze westerse of uit het Midden-Oosten afkomstige religie zich verlaat.

Daardoor rest de westerlingen steeds vaker niets dan zonde. Ze weten niet eens meer hoe ze het moeten noemen. Ze noemen het alleen ‘zonde’ als er een God mee gemoeid is. In feite zitten ze opgescheept met een bezeten, negatief, vergankelijk leven.

Eenmaal zover gekomen, maken westerlingen die op zoek zijn naar de Waarheid een ommezwaai naar de andere kant. Ze hopen troost te vinden door oosters of linkszijdig te worden. Als je je eenmaal tot de rechterkant hebt bekeerd, kun je echter nooit helemaal omzwaaien naar links en de rechterkant van het lichaam zomaar buitensluiten. Deze beweging naar de linkerlichaamskant houdt derhalve de mogelijkheid in, dat je je bewust wordt als totaal lichaam.

Het Oosten daarentegen, dat eeuwenlang heeft geprobeerd de grofstoffelijke omstandigheden van het aardse bestaan te overstijgen, heeft een zeer sterke en hoogontwikkelde Religieuze en Spirituele traditie. Het heeft echter ook te kampen gehad met de meest verschrikkelijke maatschappelijke en menselijke omstandigheden die je je maar kunt indenken. Daarom proberen de mensen in het Oosten tegenwoordig in contact te komen met het Westen, met de rechterkant, teneinde hun voordeel te doen met de technologische, wetenschappelijke, sociale en culturele verworvenheden, waarbij ze hun in wezen negatieve filosofische standpunt kunnen handhaven. Als je eenmaal zover naar links bent geheld, kun je echter nooit helemaal omzwaaien naar rechts en de linkerlichaamskant zomaar buitensluiten, want je hebt je er al aan aangepast. Dus heeft het Oosten, waar het zich heeft aangesloten bij het Westen, eveneens de mogelijkheid ontvankelijk te worden voor het vereiste standpunt dat uitgaat van het gehele lichaam.

Watje vandaag de dag om je heen ziet, zijn hoofdzakelijk de afwijkingen vande twee kanten in hun zelfstandigheid, in hun onderlinge botsingen, in hun verschillen. De mensen proberen tegenwoordig op een naïeve manier voeling te krijgen met de oude, klassieke stelsels op Religieus, Spiritueel en filosofisch gebied, maar ze missen het overzicht om na te gaan wat deze begrippen inhouden, wat hun eigen motieven inhouden, wat de traditionele geloofsovertuigingen en Yoga’s eigenlijk inhouden. De mensen geven tegenwoordig in het algemeen geen blijk meer van de archetypische psychologische inslag die aan de wortel ligt van alle grote stromingen in het Oosten en het Westen. Tenzij je die archetypische psychologische veronderstellingen, vermoedens en neigingen werkelijk trouw bent, kun je ze niet vervullen.Als je je echt geroepen voelt tot waarachtig Spiritueel leven, zit er danook niets anders op dan dat je je eigen bestaanstoestand grondig gaat onderzoeken.

Om te beginnen, moet je beseffen wat waarachtig Religieus leven of waarachtig Spiritueel leven eigenlijk inhoudt. Je moet inzicht krijgen in alle motieven die je te hooi en te gras hebt ontwikkeld en die de weerspiegeling zijn van oude, op conventies berustende opvattingen, meningen en filosofien. Als westerling kun je je joods-christelijke denkwijze hebben meegekregenzonder dat je je er ooit echt in hebt verdiept. Ze is erin geslopen doordatje eens een enkele keer naar de kerk bent gegaan, doordat je, heel oppervlakkig maar, bent beïnvloed door je ouders of door de maatschappij. Om waarachtige Religie of Spiritualiteit te kunnen praktizeren, zul je je echter rekenschap moetengeven van de Religieuze conventies die je vertegenwoordigt door een zeer diepgaand onderzoek naar je joods-christelijke gedachten en ideeën, hoe oppervlakkig die ook in je aanwezig zijn.

Van de Weg van Adidam gaat een werking uit die geïnteresseerde personen, ongeacht hun geneigdheid naar West of Oost, rechts of links, in staat stelt het vereiste onderzoek te doen naar de totaliteit van het menselijk bestaan. De essentie van Mijn Wijsheidsleer is, dat het Goddelijke de huidige bestaans-Toestand is, in geen enkel opzicht het doel van het bestaan, dat je zou kunnen bereiken door pogingen het te overstijgen. Evenmin moet je het Goddelijke Waarin je bent Opgenomen simpelweg beschouwen als de Schepper van onze wereld — wat bijgevolg een noodzakelijkerwijs positieve visie op de wereld en de bestaansfuncties zelf zou impliceren. Mijn Wijsheidsleer is ‘radicale’ en voortdurende Godscommunie ofwel Communie met Mij als de Enige Ware Toestand en de Waarheid van het bestaan.

Het Goddelijke is de Waarheid van het bestaan, niet de Schepper van de Wereld. Het Goddelijke is de Toestand van alle toestanden, niet alleen maar een grandioze toestand die alle mindere toestanden veroorzaakt. Innige Verbondenheid met het Goddelijke is geen kwestie van overschakelen naar een toestand die verschilt van de huidige omstandigheden met de bedoeling eraan te ontsnappen door ze — via het naar binnen richten van de aandacht — buiten te sluiten.

Draag je mijn Wijsheidsleer eenmaal oprecht een warm hart toe, dan wordt de praktijk van de Weg van Adidam een zeer belangrijke verantwoordelijkheid, volgens een eenvoudig principe. Als je Goddelijke Communie met Mij als je ware Hartmeester en als de Bron en het Bewijs van Mijn Wijsheidsleer ervaart, komen de subjectieve afwijkingen of verstoringen uit je verleden en je oude aard misschien wel boven, maar dan zie je de humor ervan in. Dan is niet iedere dag een crisis. Subjectieve gevoelens komen en gaan en uiterlijke omstandigheden zitten je wellicht een beetje dwars, maar het is niet zo belangrijk meer. Zodra je in Communie met Mij leeft, is er letterlijk niets dat wordt bedreigd. Dan wordt het bestaan het creatieve proces waarin je een verantwoordelijk leven leidt dat loutert, verandert, de dingen heiligt en waarin je het offer doorleeft dat het echte leven is. Dan is het bestaan niet problematisch. Het is creatief. Het is een proces waarin je het hoofd moet bieden aan omstandigheden, maar het is humoristisch. Er staat niets elementairs op het spel. Het is slechts het spel van het universum.

Ook hoef je niet op zoek te gaan naar God. Onder deze omstandigheden is het volkomen Duidelijk wat God is, zelfs volledig binnen de grenzen van je huidige waarnemingsvermogen. Het is geen kwestie van weer het een of andere visioen, weer de een of andere ervaring, de een of andere vorm van ingekeerdheid. Het is een kwestie van inzicht, van wakker worden uit je slaap, de slavernij, het probleem, het dilemma, zodat je je huidige toestand doorgrondt. Op ieder moment van dit inzicht ontwaak je voorbij de zelfverkramping, zonder alle ideeën en verkrampingen van energie en gevoel.

Luister daarom naar Mijn Argument, leer je zelfverkramping volledig doorzien, ervaar Mij en laat deze Communie met Mij ertoe leiden dat je in je hart wordt bekeerd. Dan wordt je actie getransformeerd. Ze vervult de Wet. Ze is een vorm van offering, van liefde.

Wees liefde en draag liefde uit totdat het universum verdwijnt. Wees bereid het te laten verdwijnen. Wees Gelukkig op elk moment dat het verdwijnt. Welke genoegens op het ogenblik ook zinvol mogen lijken, als je Mijn toegewijde bent, zijn ze in geen enkel opzicht vergelijkbaar met de extase van Goddelijke Communie met Mij. Desondanks moet je je niet Vanuit de twijfel die je ego beheerst, om strategische redenen van die genoegens afkeren. Leef als liefde in de vorm van al je relaties. Door als liefde in liefde met Mij te leven, houd je je relaties niet meer vast. Je neemt er gewoonweg volledig aan deel, open, vrij, Gelukkig. Je wijst ze niet af, maar je klampt je er evenmin uit angst als een gek aan vast. Je bent volkomen bereid in je overgave alle grenzen voorbij te gaan.

De manier om alles op te geven, is niet de strategische zelfverloochening van de traditionele asceet — naar binnen keren en vervolgens opstijgen — maar liefde zonder meer. Dan valt alles weg. Alles wordt God. Alles wordt plezierig, niet bindend. Als je volledig tot liefde kunt worden bevrijd en het zelf van je lichaam-geest totaal kunt overstijgen, dan lost alles op.

Maar je bent bang om op te lossen. Je denkt dat je op de een of andere manier een positie moet handhaven, iets moet blijven observeren, iets moet vasthouden, door iets moet worden vastgehouden, hetzij in deze grofstoffelijke vorm, hetzij in de een of andere fijnstoffelijke gedaante. Je bent bang om zo diepgaand te voelen, je afgescheiden zelfbewustzijn volkomen los te laten, want dat betekent dat jij je plek in de ruimte zult verliezen. Je zult je leven verliezen — dat is een ding dat zeker is. Pas als de Goddelijke Liefdesgelukzaligheid, het Geluk Zelf, je Duidelijk wordt, zal dat oplossen Volmaakt kunnen worden — omdat het werkelijk de oplossing betekent van alles, de oplossing van het lichaam, van alle energie, alle verschijningsvormen, alle werelden, al wat geest is, alle denkbeelden. Dat brengt het letterlijk met zich mee en dat is precies wat je vreest dat er zal gebeuren! Dat is wat je ‘dood’ noemt en wat je probeert te voorkomen. Dat is ook exact wat er gebeurt in deze Communie met Mij. Alles wordt overgegeven, alles lost op in het Vormloze Goddelijke.

Deze oplossing moet je tot vreugde stemmen. Dan wordt deze wereld humoristisch en leefbaar. Dan kun je haar tot iets heiligs maken zonder eraan vast te houden. Deze wereld zal verdwijnen. Alles verdwijnt. Alles verandert hier. Alles is actie. Alles waaraan je vasthoudt verandert, omdat het zelf verandering is. Vasthouden aan een positie is dan ook duidelijk niet de Waarheid. De overgave van alle posities is echt. Uiteindelijk verkeer je van moment tot moment in die toestand van overgave en niet alleen op intense momenten van formele meditatie, als je je even hebt weten los te maken van de spelletjes van het leven. Uiteindelijk is er onder geen enkele omstandigheid sprake van beperking. Zelfs terwijl je actief bent en er heel normaal uitziet, ben je totaal Niets, zonder centrum, zonder enige vorm.

De doorsnee man of vrouw klinkt dat niet als Het Geluk in de oren — het heeft meer weg van een soort afwijking, de een of andere schrikwekkende, angstaanjagende toestand, zoals Arjuna die beleefde in de Bhagavad Gita toen hij Krishna in zijn duizendarmige gedaante zag. Dit betekent dat visioen: elk vermogen verliezen om jezelf in ruimte en tijd te bevatten. Het is niet alleen maar een kwestie van iemand zien die duizend armen heeft. Eigenlijk zou zo’n visioen fantastisch en aantrekkelijk zijn. Maar in Communie zijn met Iets dat eindeloze dimensies heeft, zelf in die Oneindige Toestand terechtkomen, dat is angstaanjagend. Toen Arjuna werd meegevoerd naar die Goddelijke Toestand waarvan hij de duur en de afloop niet kende, schreeuwde en gilde hij het uit en smeekte hij Krishna zich te vertonen met twee armen, in zijn objectieve gedaante — dat vond-ie mooi genoeg. [Gelach].

Ik Zeg jullie echter, dat dit Oneindige Bestaan de ultieme Liefdesgelukzaligheid is, het Grote Geluk.



 
EMAIL THIS PAGE
Printer Friendly Version
BOOKMARK THIS PAGE

Home | Fundamentals | Testimonials | Readings | Contacts | Newsletter
Response
| Books | Questions | Links
| Site Map | Search

email: click here to find the contact nearest you
Technical problems or questions? Drop a line to our webmaster:

 

This site is not officially associated with Adidam. The formally approved and official site is www.adidam.org. For full disclaimer, click here. All excerpts from the works of Avatar Adi Da Samraj and and pictures of Avatar Adi Da Samraj © The Avataric Samrajya of Adidam Pty Ltd, as trustee for The Avataric Samrajya of Adidam. All rights reserved. ADIDAM is a trademark of The Avataric Samrajya of Adidam Pty Ltd, as Trustee for the Avataric Samrajya of Adidam.